Radiostilte

Het is alweer ruim een jaar geleden dat Marieke en ik op Schiphol stonden en afscheid namen van onze families. Klaar voor een nieuw avontuur. Met een backpack op weg naar het onbekende. Er is veel gebeurd sinds die dag in november, waarvan jullie via deze blog gedeeltelijk getuige waren. Maar de laatste maanden was het rustig op onze blog.

Inmiddels ben ik weer terug in Mexico en is het tijd om de radiostilte te verbreken. Moe – maar voldaan – van het rondreizen hebben Ross en ik besloten om naar Puerto Escondido, Mexico te verhuizen en hier een nieuwe start te maken. En bij een nieuw avontuur hoort een nieuwe blog, te vinden op http://www.holajasmijn.com

¡Que le vaya bien!

Advertenties

Taste the feeling

Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. En de tijd van gaan is nu heel dichtbij gekomen! Tientallen bus- en taxiritten, drie treinreisjes, kilometers met de benenwagen, de fiets en quad, twee maal een houten kont als gevolg van paardrijden, zeventien boottochten en twaalf vluchten hebben mij in tien maanden en een beetje van Mexico naar Bolivia gebracht. Over een paar dagen brengen de laatste vliegtuigen me terug naar Nederland en zit het erop. Ik hoef niet meer op te zoeken wat ik graag wil zien, hoe ik er kom en een slaapplek te regelen. Ik sta stil. En dan komt het nadenken. De afgelopen maanden zijn in een sneltreinvaart voorbij gevlogen en ik ben ontzettend veel nieuwe indrukken en ervaringen rijker, maar wat er afgelopen maanden allemaal gebeurd is, moet nog even bezinken. Ik kijk er enorm naar uit om iedereen weer te zien, want er zijn echt wel momenten geweest dat ik het thuisfront miste. Maar daarnaast zal ik ieder aspect van het reizen absoluut gaan missen. Zelfs de dingen waar ik de eerste weken aan moest wennen en ik nu normaal vind. Slapen in de vele hostels, dorms met snurkende of andere luidruchtige mensen die bijvoorbeeld vijf keer hun wekker af laten gaan om 04.00 uur, niet altijd een beschikbare toilet of warme (hygiënische) douche, leven uit een backpack die soms echt te zwaar werd, toiletpapier niet in de wc gooien maar in een prullenbakje, lange busreizen die nog langer worden door vertraging en/of geen verwarming en/of het feit dat je naast iemand moet zitten die met inachtneming van zijn of haar buikomvang eigenlijk twee stoelen had moeten reserveren, schreeuwende taxi- en buschauffeurs, starende mensen (en het terug staren), busjes met twintig zitplekken maar waar makkelijk dertig man – exclusief kippen – in past en nooit vol zit, de vele opmerkingen, gefluit of getoeter van het mannelijke deel van de bevolking wat ik nu maar als een compliment beschouw. Het zijn slechts een paar voorbeelden. Natuurlijk zijn er ook dingen die nooit wennen, zoals het heerlijke verse fruit, de hoogteziekte, het gevoel als je de top van een berg of vulkaan bereikt of de enorme hoeveelheid ongekoeld vlees in de overdekte markten. Complete varkens aan haken, kippen die ter plekke ontleed worden, koeienkoppen, poten, snuiten van een ondefinieerbaar dier, noem maar op. Ik ben het in ieder land tegengekomen maar deze manier van boodschappen doen blijft me toch een beetje – om maar in de termen te blijven – kippenvel bezorgen.

Terwijl de laatste dagen voorbij strijken, waarop ik nieuwe beste vriendinnen ben geworden met een cholita die me heeft voorzien van de vele souvenirs en ik rondstruin over de charmante chaotische Boliviaanse straten, dacht ik na over het citaat van Jon Kabat-Zinn. Een mooie gedachte passend bij mijn mooie reis.

“Seeing less so I can see more, doing less so I can do more..”
Ik herinner me dat zo’n twee jaar geleden tijdens één van onze goede gesprekken in de kroeg Jasmijn en ik het erover hadden waar we in hét jaar naartoe zouden gaan. Wanneer Latijns-Amerika uitgesproken werd, dacht ik: “Alleen Latijns-Amerika? Vind ik dat wel divers genoeg? Wil ik dan ook niet nog naar, bijvoorbeeld, Azië? Of naar andere continenten waar ik nog meer andere dingen zie en andere dingen kan doen?”
Tijdens de afgelopen maanden ben ik backpackers tegengekomen die in zes maanden twaalf landen bezochten in drie verschillende continenten. Maar zo zit ik niet in elkaar, ik kwam er achter dat ik er van hou om wat langer op één plek te zijn als ik me daar goed voel. Ik ben een slow traveler. Na een momentje van keuzestress in Guatemala ben ik gelukkig geworden met de vrijheid dat ik altijd kon besluiten om naar andere continenten te vliegen, maar nog gelukkiger met de keuze om dit niet te doen. Ookal reisde ik ‘slechts’ in Latijns-Amerika, de natuur binnen dit gebied was al zo divers dat het indrukwekkend genoeg bleef. En hetzelfde geldt voor de bevolkingsgroepen. Verbazingwekkend gewoon, de manieren van leven. In de meeste landen staan de Spaanse invloeden centraal, doordat die verrekte hombres het land kwamen inpikken, maar aspecten uit het leven van de verschillende inheemse bevolkingsgroepen van honderden jaren geleden zijn nog steeds terug te vinden. Deze mix maakt dat er zoveel verschillende typen mensen zijn die allemaal op hun eigen manier hun ding doen. Het is de manier die zij normaal vinden doordat ze het gewend zijn, ze maar één manier kennen of het bij hen en de omgeving past. Het is hun cultuur. In de grotere steden waar ik ben geweest, komt het leven overeen met het westerse leven, het leven wat ik al kende en binnen de grenzen valt van wat ik normaal vind. Strakke spijkerbroeken of nette pakken, hoge hakken, gepoetste schoenen en hippe sneakers, koffie drinken in hippe tentjes, iPhones, moderne auto’s, grote supermarkten waar je cake of koekjes kan proeven, hoogbouw. Goed verzorgde mensen lopen gehaast over straat op weg naar werk of een lunchafspraak. Het leven in een sneller tempo.

Maar de inheemse volken die buiten de stad leven, zoals de Tarahumara in Mexico, de Maya’s in Guatemala maar ook de andere inheemse volken uit Ecuador, Peru en Bolivia hebben meer indruk gemaakt op mij. Ze wonen op plekken in de mooiste en wildste natuur zoals de Copper Canyon of in de Andes en komen vrijwel alleen in de stad voor financiële zaken of om hun verbouwde producten te verkopen. Aan hun lichaamsbouw kan je zien dat ze veel fysiek werk leveren. Geen fancy landbouw machines, wasmachines of kolfapparaten. Borstvoeding geven kan ook gewoon in de bus of op straat. Een vrouw is pas aantrekkelijk als ze er sterk uit ziet, met brede heupen en een groot bekken zodat ze veel kinderen kan baren, stevige handen en armen voor het doen van de was en grote gespierde kuiten omdat dat mooi is. De gedachtes zijn functioneel. Het leven is functioneel. En ook de kleurrijke kleding. Hoedjes voor tegen de zon, een extra lap stof die je opvouwt en op je hoofd legt zodat je een zware mand op je hoofd kan dragen en je de handen vrij hebt. Of waar je je kindje in kan dragen terwijl je aan het werk bent, want een kinderwagen is teveel gesjouw en totaal niet handig met zoveel gaten of drempels in de weg. In stilte en met respect voor elkaar, de dieren en de natuur leven deze bevolkingsgroepen een rustig leven omdat zij geloven dat je dan niet ziek wordt in het huidige leven of een goed leven krijgt in het hiernamaals. En doordat ik langer de tijd nam om op deze plekken te blijven, heb ik meer van hun cultuur gezien en ben ik gaan inzien dat in de door mij bezochte landen het begrip normaal veel breder en uiteenlopender is dan in Nederland.

“..acquiring less so I can have more.”
Het zien, horen en meemaken van het leven van deze inheemse volken is één van de mooiste dingen tijdens mijn reis. Ik kan het pure leven proeven. Letterlijk, want de smaak van de producten die zij verkopen op de locale markt is zoveel beter dan de kwaliteit die de Appie aanbiedt. En ook nog eens een stuk goedkoper. Een zak met tien enorme knalrode tomaten, een kilo pasta en acht grote wortels voor nog geen twee euro plus een onbetaalbare glimlach bij hun op het gezicht als ik hun stalletje leeg koop en nog een andere onbetaalbare lach bij mij omdat ik heerlijk en goedkoop eten kan kopen. Eerlijk, dit is veel leuker dan afrekenen bij een verveelde kassière met als hoogtepunt de vraag of je bestekzegels spaart. Winkelen in de Utrechste wijk Lombok komt al wat meer in de buurt maar ook daar zijn de winkels commerciëler vergeleken bij deze locale markten. Dit wederzijdse gevoel van dankbaarheid die opbloeit op de markten, maar ook de man die een opgerold plastic zakje gebruikt om zijn kraampje op slot te zetten, de optimistische mijnwerker, zwaaiende kinderen uit de bus, solitair spelen op de iPad met een vier jarig meisje (ik mag het voorzeggen, zij mag de kaarten verleggen middels magisch touchscreen), dynamiet kunnen kopen op een markt, een slapende soldaat die “de wacht houdt”, een hond die tijdens een optocht door de dansers heen loopt en de choreografie verpest, een feestje met locals en rum – heel veel rum – op het strand, dansende zebra’s op straat, jongleren met mandarijnen of messen terwijl het stoplicht op rood staat, een verlegen meisje die je been stiekem aanraakt omdat je anders eruit ziet, honkbal spelen in de bergen (en een homerun slaan) of gewoon lachen omdat het kan, zorgen voor de mooie momenten. Veel heb je niet nodig en het zijn dit soort kleine dingen die mijn leven groots hebben gemaakt.

Iets anders wat nooit went is dat je jezelf kan blijven verbazen. De eerste maanden heb ik mezelf vaak afgevraagd: “Wat is dan die grote ervaring waar iedereen het toch over heeft? Het gaat allemaal van zelf. Het gaat zo makkelijk.” Ik wil jullie bij deze de wijze raad geven om heel voorzichtig te zijn met wat je jezelf afvraagt, want letterlijk dezelfde avond kan je nog in gevecht raken met een jaloerse Mexicaanse chica loca. Doei makkelijkheid, hallo stukje ervaring. En eenmaal tien maanden verder is het me duidelijk geworden wat dan die grote ervaring is en ondanks dat ik middels het citaat heb geprobeerd te verwoorden wat zo’n lange reis met je doet, blijft het lastig om dit ultieme gevoel te beschrijven. Je verandert door het onverwachte. En je moet zelf ervaren hoe je wordt uitgedaagd en je uit je comfort zone wordt gehaald door cultuurverschillen, zoals hanengevechten. Of tijdens fysieke activiteiten, zoals raften, duiken in het donker, hoge (besneeuwde) vulkanen beklimmen of er vanaf boarden. Wanneer voel ik me fijn en wat gaat me te ver? Jezelf leren te redden, ook tijdens een tocht van negen uur waarin je opgepropt in negen verschillende chickenbussen zit om een stempel te regelen voor de verlenging van een VISA. In het Spaans. Waar misschien wel eventueel, puur hypothetisch, het best zo zou kunnen zijn dat er illegale activiteiten aan te pas zouden kunnen komen, want tsja het blijft Latijns-Amerika. En als je het dan voor elkaar krijgt, dan geef je jezelf wel even een schouderklopje. Zo zijn heel veel spannende, onverwachte dingen omgebogen in mooie leermomenten en in ultieme geluksmomentjes.

Maar het kan ook andersom. Bijzondere momenten waarop ik erg genoot, wanneer ik me thuis voelde in deze andere landen en ik nieuwe vrienden maakte, die ombogen in lastige momenten doordat we afscheid moesten nemen. Sommigen van jullie weten hoe ik wat dat betreft in elkaar zit en ik kan jullie vertellen, dat is niet veranderd hoor. Maar ik heb wel geleerd dat er meerdere plekken zijn waar het mooi is, waar ik me goed kan voelen en waar fantastische mensen zijn die ook niet zomaar van de aardbodem verdwijnen. Want soms duiken ze tijdens je reis weer ergens op of je kan elkaar na de reis weer opzoeken. Het is niet het einde, maar het begin. En dat smaakt naar meer. Veel meer!

 

Lachen is gratis!

Bolivia. Het land waar ik lang naar uitkeek vanwege alle enthousiaste verhalen van mijn collega’s backpackers. Velen trekken er drie weken voor uit maar blijven er uiteindelijk twee maanden hangen. Ik trok er daarom maar van te voren twee maanden voor uit, wat overigens mijn laatste twee maanden zijn. Dit is helemaal geen straf in een land wat zich leent voor fantastische verhalen over de Bolivianen, hun rituelen en mijn avonturen in de mooie natuur. Ik ga mijn laatste weken nog volop verhalen maken die jullie van me tegoed hebben nadat ik eind september geland ben in Nederland. Maar voor nu een ‘korte’ update (sorry maar ik heb weer veel te vertellen).

Bolivia is één van de armste landen van Zuid-Amerika en dat merkte ik meteen. Verouderde transportmiddelen zoals geïmproviseerde veerpontjes en oude Amerikaanse schoolbussen te vergelijken met de chickenbussen van Guatemala, wegen en huizen die in slechte staat verkeren, internet is traag en niet vanzelfsprekend – net als een warme douche dat ook niet is – en er zijn veel mensen, waaronder kinderen, op straat met versleten kleding die bedelen. Veel mensen verdienen $200,- per maand, het minimum loon. En daar moet vaak heel hard voor gewerkt worden. Soms zijn werkomstandigheden zo slecht, zoals in de mijnen van Potosi, dat je er echt van schrikt. Er zijn dan ook regelmatig protesten en dan ligt het hele verkeer plat. Het is daarom maar goed dat ik wat ruim in mijn tijd zat.

Maar dat Bolivia een arm land is wil niet zeggen dat de mensen per definitie ongelukkig zijn. Ik ontmoette Henrry, de eigenaar van Offroad Bolivia – voor al uw quad avonturen – en hij zei: “Het is erger als je eerst geld hebt en dan arm wordt. Wij zijn gewend om gelukkig te zijn met weinig. En je hoeft geen geld te hebben om te lachen.” En zo is het ook. Het viel op dat Bolivianen van lachen houden. En dan vooral hard lachen om blunders. Als er iemand op de straat uitglijdt, wordt er gelachen. In de bioscoop doen animatiefilms het goed en rollen de tranen over de wangen tijdens het vertonen van een voorfilmpje van de stuntelende Minions. In de koude busterminals staan grote schermen waarop de Boliviaanse versie van Lachen Om Home Video’s vertoond wordt en al snel heb je het warm van het lachen. Het is flauwe humor en ik hou daar wel van!

Er wordt ook veel gelachen op feestjes. Zodra ik de grens van Peru naar Bolivia overstak zag ik allerlei auto’s, busjes, taxi’s, trucks, eigenlijk alles wat wielen had, versierd rondrijden of versierd worden in een soort van versier wasstraat. Hoedjes, glitters, slingers, speelgoed auto’s of kleine plastic huisjes, beelden en schilderijen van Maria of Jezus werden gebruikt. Het zag er hartstikke gezellig uit en al snel ontdekte ik dat 6 augustus een nationale feestdag is. Een dag die vooraf gepaard gaat met een heleboel rituelen, zoals het versieren van je auto, naar het kruis op de berg lopen, in de rij staan en vervolgens eten, speelgoed auto’s en huisjes offeren en alcohol drinken (blijkbaar hoort het erbij). Het komt allemaal neer op het gelukkig stellen van hun god zodat het komende jaar weer een goed jaar wordt, met voldoende eten, een mooie auto en huis. Want op de regering hoeven ze niet te rekenen.

Pachamama, Moeder Aarde, is een belangrijke god van de Boliviaanse inheemse bevolking. Niet alleen op 6 augustus wordt Moeder Aarde vereerd. Want ondanks dat de meerderheid van de bevolking katholiek is (mede mogelijk gemaakt door de implementatie van de Spanjaarden: de bevolking moest mee helpen aan de bouw van de katholieke kerken, waarmee ze hoopten draagvlak te creëeren voor het katholiseren van Bolivia), zijn er nog invloeden van het Inka rijk terug te zien. Ik kwam in La Paz in aanmerking met ander materiaal voor de offers. Op de Mercado de Brujas, de heksenmarkt, zijn alle producten te koop die nodig zijn om Moeder Aarde te eren. Van cocabladeren tot foetussen van alpaca’s. Als een stuk van de aarde gebruikt wordt, bijvoorbeeld bij de bouw van een huis, dan moet er eerst een offer gebracht worden om de grond vruchtbaar te maken en om Moeder Aarde te bedanken. Het is in Bolivia heel normaal om een alpaca foetus (die door natuurlijke omstandigheden is overleden en dus niet is vermoord, dat zou zielig zijn…) te begraven en vervolgens de fundering er overheen te storten. Echter, voor grotere projecten, zoals een enorm overheidsgebouw of de Teleférico (inmiddels drie gondel liften net als in Oostenrijk die je omhoog en naar beneden brengen), is een foetus alpaca niet genoeg. Tien foetussen zijn niet genoeg. Honderd foetussen nog steeds niet. Nee, men wilt tegenwoordig nog steeds – volledig illegaal – een mens opofferen, iemand die niet gemist wordt door familie of vrienden. Een alcoholist of zwerver kan ontvoerd worden en in het geheim geofferd worden op de plaats waar het project wordt gebouwd. Als er naar gevraagd wordt, weet er iets vanaf, alleen een zoon van de nicht van de kleindochter van de buurvrouw die getrouwd is met de oom van José heeft misschien mogelijk ooit wel iets gezegd over deze taferelen. Maar het feit dat er menselijke overblijfselen zijn gevonden zegt meer dan genoeg.

Diezelfde Moeder Aarde werd gelukkig gestemd door een slokje 96% alcohol te delen met Haar, mijn full suspension mountainbike en mezelf, voordat ik een 64 kilometer lange downhill tocht startte. De laatste 33 kilometer ging over de deathroad. Deze weg is op sommige punten niet breder dan 3.5 meter, er is geen vangrail en regen en mist kunnen het echt laten spoken. Dit maakt het ’s werelds gevaarlijkste weg en er zijn in het verleden veel ongelukken gebeurd. Tot 2006 was de weg de enige verbinding tussen La Paz en het noorden dus men had geen keuze. Vandaag de dag is er een nieuwe, veiligere weg richting het noorden en wordt de deathroad alleen nog gebruikt door mensen die aan de deathroad wonen en geen keuze hebben dan de weg te gebruiken, eigenwijze mensen die niet 1.5 uur om willen rijden via de nieuwe route of door mountainbikers die met hun eigen ogen willen zien wat dit nou voor weg is. En ik dus ook. Lichtelijk zenuwachtig stapte ik op de mountainbike maar al snel waren de zenuwen weg en reed ik zoals een echte Hollandse – zowat geboren met een fiets – dat kan, de berg af. Lees: ik reed op m’n gemakje achter de rest aan, dichtbij de bus en de humoristische gids Jubert, genietend van de honderden meters diepe afgrond wat voor een prachtig uitzicht zorgde. Ik reed fluitend langs alle dare devils die door kamikaze activiteiten onderuit gingen of materiaal pech hadden. De laatsten zullen de eersten zijn, dacht ik zo.

Er zijn ook delen in het land waar men zich niets aantrekt van Moeder Aarde en totaal hun eigen leventje leiden. Één van die plekken is de San Pedro gevangenis in La Paz. Gemaakt voor 250 gevangenen, maar momenteel bewoond door meer dan 2000. En niet alleen door gevangenen maar ook door hun vrouwen en kinderen, omdat de gevangenis goedkoper is dan wonen in een huis in La Paz zelf. San Pedro is te vergelijken met een dorpje met vijftien bewakers buiten de gevangenis en met nul bewakers in de gevangenis. Er zijn keukens, jacuzzi’s, restaurants, Coca Cola (de enige softdrink die er gedronken wordt vanwege de deal dat het frisdrank bedrijf heeft gesloten met de gevangenen). Sommigen hebben een televisie of zelfs internet. Het heeft een eigen economie en het ‘regelt’ zichzelf. De meeste gevangenen hebben een baan, zoals makelaar, bodyguard, kok, menselijke taxi (een persoon die in de gevangenis opzoek gaat naar de persoon die je wilt spreken zodat jij niet in gevaarlijke secties hoeft te komen) of jawel drugsfabrikant. Er wordt gezegd dat de beste cocaïne uit Bolivia komt, sterker nog, uit deze Boliviaanse gevangenis. Als je nog geen drugsverslaafde was, dan wordt je het hoogstwaarschijnlijk in San Pedro wel. Katten zijn niet uitgesloten. Uiteindelijk gaat het er niet om hoe je aan geld komt, het is belangrijker dat je geld hebt. Want men koopt of huurt een woonruimte in de gevangenis en het kost wat om in een veilige ‘buurt’ te wonen zodat je dochter niet verkracht wordt. Voor de vijf sterren sectie betaal je het meest maar krijg je ook een gemeubileerde kamer met televisie en privé badkamer. Voor deze ruimte moet je de ‘gewone’ gevangenis verlaten, buiten om lopen en een zij ingang nemen. Het lijkt te gek voor woorden maar het kan nog gekker: het was / is mogelijk om het met je eigen ogen te zien. Thomas, een Engelsman die in San Pedro terecht kwam vanwege het smokkelen van drugs, kocht wat mensen om en bood geheel verzorgde toeristische tours aan door de gevangenis inclusief body guards. Hij verdiende wat geld en had wat te doen overdag en de toeristen hadden een onvoorstelbare tour. Volgens de Lonely Planet van 2001 was dit dé activiteit van La Paz die je niet kon skippen en het was erg populair onder de backpackers. Tegenwoordig is de situatie anders. De Engelsman is vrijgelaten en heeft een boek geschreven (Marching Powder van Rusty Young & Thomas McFadden, tip!!) en andere gevangenen hebben de tourorganisatie overgenomen. Er wordt echter weinig gegeven om de veiligheid van de toerist en ook al worden er illegale tours aangeboden, dat betekent nog niet dat als er een aanbetaling is gedaan er daadwerkelijk ook een rondleiding gegeven wordt. Een rondleiding buiten de gevangenis of een praatje met Crazy Dave of Mad Mike is ook mogelijk, maar ik hield het lekker bij het boek wat ik las op een bankje in het park in de zon, tegenover de gevangenis. Misschien dat ik zo wel iets mee zou krijgen van de activiteiten in de gevangenis, zoals een vliegende luier – vol cocaïne – over de enkele muur, die vervolgens razend snel door een wachtende dealer opgeraapt zou worden. Toch blijft ook dat een waanzinnig verhaal van horen zeggen en lezen, maar wat ik wel zag waren dansende mensen in zebra pakken – die vroeger dakloos of alcoholist waren – die het chaotische verkeer in La Paz regelen en de mensen keurig helpen oversteken. En ja, ik was geheel nuchter toen ik dit zag.

Toen ik het stadsleven even wilde ontvluchten door de jungle in te gaan, leek het er even op dat de jungle me niet wilde. Geen vluchten beschikbaar, vlucht gemist door demonstraties en files, de nacht voor vertrek overgeven en diarree. Maar ik wilde de jungle wel en vloog uiteindelijk in een mini vliegtuigje naar het noorden. Een mooie rit waarbij ik zowat bij de piloten op schoot zat en waarin het landschap veranderde van de grote stad, in ronde bruine woestijnachtige heuvels, spitse hoge bergen met witte tippen en uiteindelijk groen van de bomen en een bruin-rode rivier die er tussendoor liep. Over die rivier voer ik drie uur in een bootje naar een ecolodge in Madidipark, waar ik twee nachten sliep. Niet op zoek naar Pokémon maar naar de echte dieren. Vanaf moment één renden we door de jungle, struikelend over de lianen, omdat de gids rode apen hoorde. En warempel hij had nog gelijk ook. Vrijwel iedere keer als hij stilstond luisterde hij waar het geluid vandaan kwam en sprintte hij als de Usain Bolt van de jungle naar de juiste richting. Krokodillen, valken, rode apen, cappuccino apen, 2.5 cm kleine mieren, toekans, wandelende bomen (in ong 10 tot 15 jaar lopen ze 20 cm), enorme bomen waar we met z’n zessen nauwelijks omheen konden staan, uilen, vissen, otters, papegaaien, spinnen – heel veel spinnen – zoals tarantula’s waar je brrrr van zegt, pudding schimmels en veel rupsen die deze maand transformeren in een vlinder, zo groot als mijn hand. Ik heb mijn ogen weer uitgekeken!

Na de levende dieren was het tijd voor prehistorische dieren. Ik werd enthousiast zodra ik hoorde dat het mogelijk was om sporen van voetstappen van dinosaurussen te bewonderen. Rondom Sucre, de officiële hoofdstad van Bolivia én van de chocola, zijn er wandeltochten te maken die leiden naar de sporen. Maar na een ritje op een quad door de hooglanden was ik totaal verkocht en in plaats van een wandeltocht wilde ik met een quad de omgeving ontdekken. Zo gezegd zo gedaan. 150 km crossen door een omgeving die constant veranderde van kleur, door een krater (ontstaan door een meteoriet of een UFO of aardverschuivingen, kies zelf) met een doorsnede van 35 km, met zwaaide en lachende locals in kleine dorpjes en de indrukwekkende dinosaurus voetstappen. Het was een magische dag die ik niet snel zal vergeten.

Nu ik inmiddels negen maanden  op pad ben en acht landen verder ben, begint het ook goed duidelijk te worden dat de meeste landen in Latijns-Amerika, zacht uitgedrukt, een onrustige politieke achtergrond kent. Ook Bolivia kent een paar vreemde snuiters als president. Zo is er één van het balkon gegooid, om het Murillo plein gesleept en aan een lantaarnpaal op gehangen omdat de bevolking niet tevreden was met de beste man. Later is er voor de lantaarnpaal een monument neergezet, want eigenlijk was het toch wel een aardige president. Een latere president heeft, terwijl het leger en politie elkaar afmaakten, zakken geld meegenomen naar Amerika, waar hij nu veilig woont in het ‘Bolivian tax mansion’ en niet uitgeleverd wordt aan Bolivia. Zeven rechtszaken zullen eeuwig op hem wachten. De huidige president, Evo Morales, is een voormalig lamaherder afkomstig van de inheemse bevolkingsgroep Aymara. Het is een interessant figuur die het voor elkaar heeft gekregen om een derde periode aan zijn presidentschap te plakken, terwijl twee de max is. Hij staat bekend als een grote flapuit. De uitspraak “De kip die wij eten, zit vol vrouwelijke hormonen. Daardoor kampen mannen, na het nuttigen van zo’n kip, met afwijkingen in hun mannelijkheid” leidde tot ruzie met de Boliviaanse homo vereniging en de uitspraak “Mijn Europese broeders moeten me vergeven, maar kaalheid is een ziekte in Europa. Daar zijn ze bijna allemaal kaal door verkeerde voeding. Wij inheemsen lijden niet aan kaalheid, omdat we ons anders voeden. Neem mij maar als voorbeeld.” zorgde voor ruzie met Europa. Inmiddels zijn er zoveel uitspraken dat ze zijn samengevat in een boek. Een tweede boek is zelfs opkomst. Of meneer Morales een vierde periode aan zijn presidentschap gaat plakken is nu nog onduidelijk. Maar de jongelui geven er niet om, zij houden zich vooral bezig met het vangen van Pokémon of het lachen om blunders.

 

Gringos in Peru

Zoals de Banana Pancake Trail in Zuid-Oost Azië en de Hippie Trail in Europa heeft Latijns-Amerika haar eigen Gringo Trail. Het is de route langs de meest bezochte plaatsen door gringos. Zo worden de buitenlandse backpackers genoemd door de locals, zonder dat het enige negatieve lading bevat. Dit is niet altijd zo geweest, want volgens één van de theorieën ligt de oorsprong van het woord in ‘Greens go!’, als in ‘Groen vooruit!’, wat door Amerikaanse aanvoerders geroepen zou zijn tijdens de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Een andere verklaring is dat het woord afkomstig is van ‘Greens go home!’, om duidelijk te maken dat de Amerikanen niet welkom waren volgens de Mexicanen. Deze gringa gaat echter nog niet naar huis. Sterker nog, na een waardig afscheid van mijn bikini op mijn laatste stranddagen in Mancorá (Noord Peru) en een fantastische kennismaking met de ruige natuur rondom Huaraz zijn er twee gringos overgevlogen naar Peru. Mijn ouders kwamen me voor bijna 2,5 week vergezellen bij de wederstart van deze Gringo Trail, want in het stuk minder toeristische Ecuador had ik even het gevoel gekregen van de trail af te zijn.

We gingen van start in Lima, de stad waar het veelal bewolkt is maar niet regent. Niet veel mensen zijn positief over de hoofdstad, wat in eerste instantie bevestigd wordt door de indrukken tijdens de chaotische taxirit van en naar het vliegveld (serieus mensen, de files in Nederland zijn er niets bij, dus niet klagen maar dragen!) en een rit in een stampvolle bus door de hippe party wijk Miraflores. Met meer dan zeven miljoen inwoners is Lima een enorme stad, maar ook hiervoor geldt dat als je de leuke plekjes weet te vinden, de stad nog niet eens zo erg is. De wijk Barranco, dichtbij het strand, met leuke barretjes, street art die de grijze lucht wat doet wegnemen en een rustige sfeer was perfect om bij te komen van de vliegreis én om ons voor te bereiden op de de acht uur lange busreis naar Nazca. Dit zal niet de laatste lange busreis worden in het derde grootste land van Zuid-Amerika dat zo’n 35 keer zo groot is als Nederland.

Nazca staat bekend om de verschillende geogliefen – centimeters diepe tekeningen in het zand – die duizenden jaren geleden door de Nazca-indianen gemaakt zijn en goed bewaard zijn gebleven doordat het er kurk en kruk droog is. Wij zijn een klein vliegtuigje ingedoken om de strakke lijnen van bovenaf te bewonderen. Verschillende soorten dieren zoals een aap, condor, walvis en kolibrie maar ook een astronaut konden we van bovenaf herkennen met dank aan de speciale skills van de piloot (dertig minuten was precies goed, wilde je niet overgeven). Als je daarnaast zelf nog over wat fantasie beschikte, kon je zeker nog andere figuren herkennen in de andere honderden geometrische vormen en lijnen. Erg indrukkend! Wat precies de functie van de lijnen is, is niet helemaal duidelijk. De één oppert dat de lijnen afvoerkanalen waren voor de zeer weinige regen, de ander zegt dat het een astronomische betekenis heeft, als in een horoscoop. Het blijft voorlopig nog een raadsel.

In Arequipa, de witte stad die eigenlijk niet zo wit was, deden we het wat rustiger aan. Want met een uur vertraging voordat we uit Nazca vertrokken en twee uur tijdens de reis, duurde de reis twaalf uur en waren wij nu een keer degene die midden in de nacht het hostel inkwamen en waarschijnlijk anderen hebben wakker gemaakt (excuses daarvoor). Rondhangen op het centrale plein in de zon, koffie drinken, het klooster voor nonnen bezoeken, truien van alpacawol inkopen, nogmaals mijn verjaardag vieren met taart, boek lezen in de tuin van het hostel, gesprekken over de onsterfelijkheid van de mestkever, potje klaverjassen (eindstand 2-2, opa Wim, mama had weer eens veel roem) of empanadas eten met een verse jugo de manzana (appelsap) en dat allemaal in heerlijk lenteachtig weer. Imponerend was de rondleiding in het museum waar de twaalf of dertien jarige gemummificeerde Juanita tentoongesteld wordt. Ze is vernoemd naar Johan (Juan in het Spaans) Reinhard die haar in 1995 tijdens een expeditie terug vond op de vulkaan Ampato, gelegen in het gebied van de Colca Canyon, nadat ze na een aardbeving een aantal meter uit haar graf naar beneden is gerold. Hij en zijn team kwamen erachter dat ze om en nabij vijfhonderd jaar geleden met priesters honderden meters, in de kou, op sandalen, omhoog is gelopen en vervolgens na allerlei rituelen een enorme klap op haar hoofd heeft gekregen en geofferd werd om de boze goden – de aarde, de lucht, de bergen – gelukkig te stemmen. Zij was immers bij haar geboorte uitgekozen om, mocht het nodig zijn, in haar jeugd geofferd te worden. Watvoor leven zou zij gehad hebben, als ze wist dat dit haar toekomst was en ze al die jaren rein moest blijven voor de goden? Is het een eer of een hel? 

Ondanks protesten door de inheemse bevolking in Colca Canyon – want het weghalen van een offer is niet bepaald een goede daad – is Juanita, met alle potjes en bekers van haar laatste avondmaal die in haar graf lagen, toch meegenomen voor de tentoonstelling. Diezelfde Colca Canyon, waarvan gezegd wordt dat deze de diepste ter wereld is, hebben mam en ik bezocht. De diepte konden we niet inschatten maar wel kunnen we bevestigen dat de condor die door de canyon heen vliegt enorm is. Dat we om 2.10 uur in de ochtend moesten opstaan, uren in een koud busje moesten rijden, 4900 meter hebben aangetikt – hoogterecord voor mam inclusief de hoogteziekte symptomen – en pas om 18 uur terug waren, zijn we alweer snel vergeten als we terugdenken aan de mooie dag door de Andes met hordes alpaca’s, vicuña’s en lama’s, precies zoals ik het had verwacht van Peru.

De laatste lange busreis die we voor de boeg hadden, ging naar Cuzco. We lieten Cuzco echter even voor wat het was, want we zijn al snel met de trein door de prachtige Heilige Vallei naar Aguas Calientes gereisd. Het enorm toeristische dorpje, die ook wel Machu Picchu Pueblo wordt genoemd, is de perfecte basis om de bekende eeuwenoude Inca stad Machu Picchu te bezoeken. Deze ruïnes in het cloud forest, die nog voor 80% in originele staat verkeren doordat de Spanjaarden de stad niet konden vinden, zijn in 1911 door meneer Bingham ontdekt. En nu was het aan ons om het te ontdekken. Omdat we ook tickets hadden geregeld voor het beklimmen van de Machu Picchu Mountain, waar we alleen tussen 7:00 uur en 8:00 uur mochten starten met de klim omhoog, was het zaak om mee te kunnen met de eerste bussen die vanaf 5.30 uur vertrokken. Weer eens vroeg de wekker dus en we sloten keurig om 4.45 uur aan bij een lange wachtrij die in de komende minuten nog tig keer zo lang werd. Dit was niet de enige keer dat we die dag in de rij stonden. Ook bij aankomst bij de ingang was het al enorm druk. Heel gek was het niet, gezien de duizenden mensen die dagelijks de eeuwenoude ruïnes bezoeken, maar jammer was het wel. Toch was het een fantastische dag, waarop we de Inca lift (lees: de trap) met meer dan 6500 traptreden veelvoudig hebben gebruikt. Ook pap, die niet helemaal fit was door buikperikelen (van wie zou ik het hebben?), heeft de top van Machu Picchu Mouintain, 3061 meter, gehaald. De beloning: een bijzonder mooi 360 graden uitzicht over de stad, de bergen, besneeuwde toppen en een actieve vulkaan. Na deze stevig wandeling hebben mam en ik nog genoten van een interessante rondleiding door het Inca paradijs. Het is duidelijk geworden dat de Inca’s indrukwekkend goede, inventieve ontwerpers waren en achter iedere steen zit een reden. Locatie, locatie, locatie, ook toen draaide het allemaal om locatie. Want door de bouw tussen de oude berg in het zuiden, Machu Picchu Mountain, en de jonge berg in het noorden, Wayna Picchu, het oosten waar de zon op komt en het westen waar de zon onder gaat, hadden de Inca’s vier referentiepunten. Genoeg voor het uitvinden van de kortste dag van het jaar door de weerspiegeling van stand van de zon en de maan in twee bakken gevuld met water, het verbouwen van honderden verschillende soorten aardappels en andere producten op de terrassen. Maar naast de locatie speelde de drie eenheid ook een grote rol. Of het nou ging over regels: niet liegen, niet stelen en niet lui zijn – of de goden: de bovenwereld, het hier en nu, ofwel de aarde en de onderwereld – of het leefstelsel: koning, priesters en nobelen, werklieden. Lucky number three. 

We keerden vervolgens weer terug naar Cuzco, waar de vrouw van de Inka leider veel tijd heeft doorgebracht met de kinderen. Helaas zijn deze ruïnes wel gevonden door de Spanjaarden en er is dan ook weinig van overgebleven. Er stonden ooit drie hoge torens, maar daar is niets van terug te zien. Wel zijn er verscheidende kathedralen te aanschouwen, evenals een standbeeld van Jezus die uitkijkt over de stad, allen op de platgewalste ruïnes gebouwd. Het is een dubbel gevoel. Het idee van een weggejaagde bevolkingsgroep is een verdrietig idee. Maar ik kan niet ontkennen dat de sfeer in Cuzco gemoedelijk is, een stad waar je heerlijk kan rondstruinen in de kleine straatjes langs gekleurde huisjes of in verschillende parkjes een boekje te lezen en de vele verkopers van tekeningen, versierde kalebassen en sieraden of schoenenpoetsers keer op keer van je af proberen te schudden met mooie conversaties (Puedo limpiar su zapatos? No. Pero es possible. No, gracias. Pero es blanco, no negro. Yo sé, me gusta. Si? Si, adios). Maar hoe was het geweest als de Spanjaarden niet binnen waren gevallen? Was er dan iemand anders geweest? Of zouden de Inca’s nog steeds heersen? En nog zo primitief? Of ook met 3D printers, Apple tv en WhatsApp? Zo maar wat gedachtes. 

De reis langs de Gringo Trail kwam voor mijn ouders aan het einde met een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt, namelijk de Rainbow Mountain hike. We wilden een keer niet om 3:00 uur opstaan dus hadden we zelf een taxi chauffeur geregeld die ons daarheen zou rijden én onze gids zou zijn. Na een mooie rit offroad vanwege een afgesloten weg, hadden we nog een wandeltocht van twee uur, die drie uur werd, voor de boeg. Door een schitterende vallei en langs kleine communities in de middle of nowhere, klommen we richting de 3800 meter. Met nog een uur te gaan en het eindpunt in zicht, dacht ik dat pap en mam niet meer konden. Zij zelf trouwens ook. De hoofdpijn en vermoeidheid werd teveel. Verstandig besluit om te stoppen en ik ging verder met de gids. Het laatste stuk was goed steil en daarmee zwaar, maar ook hier geldt weer dat het halen van de top alles goed maakt. Toen de gids en ik net terug wilden keren, kwamen er twee gringos aan, elk zwaaiend op een paard, duidelijk makend dat ook zij niet op hebben gegeven en de top wilden bereiken. De laatste stijgende meters, die het paard niet wilde maken, hebben ze getrotseerd en ook pap en mam konden oneindig ver kijken en genieten van de gekleurde Andes en de besneeuwde toppen. 

Mijn ouders hebben in het land van de Inca’s, panfluit muziek, de hordes lama’s, de condor en cavia’s (niet zo lekker als gedacht, maar wel geprobeerd!), de machtig mooie Andes en de vrouwen in traditionele kleding met baby alpaca’s mijn leventje van de afgelopen maanden goed geproefd. Het was niet altijd even makkelijk door de lange busreizen, het andere eten, de enorme chaos op de weg (legaal spookrijden tijdens de spits, van een driebaansweg illegaal een vierbaansweg te maken, er rijden geen auto’s zonder deuken – tenzij deze een uur geleden nieuw afgeleverd is), slapen in een dorm waar ’s nachts nog mensen arriveren of snurken, de vreemde taal en de intensieve wandeltochten op hoogte. ‘Het leven is nu eenmaal het onmogelijke aangaan’ aldus mam die één van haar favoriete schrijvers, Arthur Japin, citeert om zo haar beleving van de reis door Peru samen te vatten. Waarop pap zegt: ‘Nou, ik heb dan flink geleefd.’ Ik kan niet anders dan hen groot gelijk te geven. Maar deze twee toppers hebben wel iedere keer mogelijk gemaakt wat voor hun onmogelijk leek. En daarmee zijn ze met hun backpackje vol met mijn souvenirs en nog voller met deze nieuwe ervaring weer naar huis gegaan. Het was bijzonder en erg genieten met deze twee speciale, lieve gringos in Peru!

foto 1 (2)

NATURE WAS THERE…AND SO WAS I

“Wat ben ik aan het doen? Waarom doe ik dit?? Ik ben hartstikke gek!” Dit ging door mijn hoofd toen ik om 22:00 uur met lichte hoofdpijn uit bed stapte en mezelf moest gaan klaarmaken voor de hike naar de top van de Chimborazo vulkaan. De hoogste vulkaan die ik heb beklommen was de Tajumulco in Guatemala van 4220 meter hoog. Maar nu begon ik op 4800 meter en moest ik midden in de nacht naar 6268 meter lopen. In een licht zenuwachtige staat trok ik de vele laagjes kleding aan en maakte mijn privé gids Paoulo mijn harnas, touwen en de ijzers voor om de schoenen klaar. De klim naar de top was namelijk door de sneeuw. Ohja, dat was ook alweer de reden waarom ik de hike had geboekt. Hoe tof zou het niet zijn om met speciaal materiaal door de sneeuw, over een gletsjer, een enorme vulkaan op te klimmen met als beloning een machtig uitzicht! Om 23.00 uur begonnen Paoulo en ik op ons super sloomst de klim naar boven. Ter vergelijking, een honderd jarige landschildpad van de Galapagos zou sneller zijn. Het was super stil en met alleen de razende wind, het geluid van krakende sneeuw, de heldere maan, de duizenden sterren en de lampjes van de andere klimmers om ons heen zorgden voor het gevoel van een echte expeditie. Magisch! Helaas kon ik de expeditie niet afmaken. Op exact 5200 meter kwamen de hoofdpijn en misselijkheid verder opzetten en heb ik de trail gemarkeerd met het eten wat ik voor vertrek op had. Ik wilde ondanks deze symptomen van hoogteziekte proberen om meer meters te maken. Het gevolg was dat ik het gevoel van een enorme kater kreeg, alsof iemand met mijn eigen hakbijl insloeg in mijn hoofd, terwijl ik nog dronken was; rechtdoor lopen was een uitdaging. Dit was een gevaarlijke situatie en Paoulo en ik besloten dat 5276 meter mijn nieuwe persoonlijke hoogte record zou zijn. Voor een persoon uit Nederland die voor de eerste keer zo’n hike in de sneeuw deed, mocht ik trots zijn, zei hij. En dat was ik ook, trots op mijn allereerste echte sneeuwexpeditie.

Al snel kreeg ik door dat het kleine Ecuador in het grote Zuid-Amerika door de kust, de Galapagos Eilanden, de amazone en het Andes gebergte een ontzettend divers land is waar veel te zien en te doen is. De verschillende bevolkingsgroepen zijn niet op twee handen te tellen, net als het aantal vulkanen die de Laan der Vulkanen vormen. Tijdens wandel- en mountainbike tochten in deze groene, overweldigende natuur van de Andes moest ik denken aan een mix van Oostenrijk, Italië en Canada. Toch voelde het anders dankzij de indrukken die de Ecuadorianen bij mij hebben achtergelaten. De mensen uit de stad maakte graag een praatje en de gesprekken liepen uiteen van simpele onderwerpen zoals ‘Hoi, waar kom je vandaan, drink je bier?’ tot iets diepgaandere zoals over het universum, begrafenissen en het hiernamaals. ‘Het spijt me’ was het enige wat ik kon verzinnen, want ‘gecondoleerd’ had ik nog niet hoeven opzoeken in mijn woordenboek. Maar men gelooft dat de overledenen naar de betere wereld gaan, wat natuurlijk gevierd moet worden. En daar hoef je geen sorry voor te zeggen.

De locals uit de bergen zijn meer verlegen. Vrouwen, gekleed in kleurrijke poncho’s en typische hoedjes waar een veertje opgeplakt zat, lieten koeien, schapen en lama’s grazen of zij waren met de hand het land aan het bewerken. Deze hardwerkende vrouwen waren ook te vinden op de lokale markten, waar ze veel groenten en fruit verkochten voor weinig, terwijl hun kindje achter op de rug in een draagzak lag te slapen. Als ik voorbij liep en lachte of fietste en zwaaide, lachte en zwaaide de meerderheid van de vrouwen niet terug. Ze hadden het vast te druk met hard werken. De meeste mannen daarentegen lachte en zwaaide graag terug terwijl ze het land bewerkte met de tractor, op hun paardje door de vallei reden of zich bezig hielden met het fokken van tientallen door het huis rondrennende cavia’s. Een delicatesse die ik nog moet proeven (je moet toch iets overhouden om te doen).

Terwijl ik naar het zuiden af reis, want dat is nog steeds mijn plan, kwam ik in Baños de Agua Santa terecht en kon mijn geluk niet op met de outdoor activiteiten. Lopen over wiebelende touwbruggen over watervallen, ziplinen als Superwoman, schommelen op de rand van een berg en twee andere activiteiten om van mijn bucket list af te strepen: raften en parapenten. De nacht voordat ik zou gaan raften had het flink geregend en de rivier was erg wild. Samen met twee Duitsers, drie Canadezen, een Australiër en de gids – mijn nieuwe beste vrienden op dat moment – vormde ik een team en ging ik het avontuur aan. Zodra ik in de boot zat, had ik maar één doel voor ogen: wat er ook gebeurd, ik moest en zou in de boot blijven zitten en niet overboord vallen. En, altijd blijven lachen! Nog geen twee minuten later brak een golf van zo’n drie meter hoog – die andere boten ontweken – het ijs en de daaropvolgende twee uur waren twee hele mooie. Zoals de gids zei: “Now we can do everything!” En zo voelde het ook, onoverwinnelijk. Daarmee had ik genoeg moed verzameld om ook een middag parapenten te boeken. In alle stilte, zwevend door de lucht met een uitzicht die zo ver reikt als de horizon voelde ik me zo vrij als een vogel.

Om het reizen van plek naar plek vol te kunnen houden, want ik ben inmiddels al meer dan zeven maanden van huis, moest ik af en toe ook wat rust momentjes inlassen, zoals ik deed in Quito. Ik verbleef in het oude gedeelte wat iets weg had van Havana, Cuba. Het hostel Revolución (toeval?) was gevestigd tussen de gekleurde hoogbouw met balkonnetjes waarop oude vrouwtjes stonden en uitkeken over de straat waar grote zwarte wolken uitlaatgassen uit de bussen kwamen. Romantische chaos, ik ben er van gaan houden terwijl ik uren door de stad heen slenterde. Net zoals in Midden-Amerika doen er hier verhalen te ronde wat vaak een mix van fantasie en waarheid is. In Quito staat een enorme kerk, La Basilica, met als buitendecoratie de dieren van de Galapagos en geen waterspuwers wat gebruikelijk is. De bouw is begonnen in 1892 en expres nog steeds niet afgemaakt. Want men geloofd dat zodra de kerk af is de stad zal vergaan. Het goede nieuws is dat het standbeeld van de maagd Maria, die uitkijkt over de stad, tot leven komt en alle mensen die goed zijn geweest zal meenemen naar de hemel en alle slechte mensen zal achter laten.

Vergelijkbare verhalen gaan te ronde over de Nariz del Diablo, een berg vernoemd naar de neus van de duivel waarover een stuk van de treinverbinding tussen Quito en het zuiden van Ecuador loopt. Ik pakte de trein tussen Alausi en Sibambe en reed door Andes vallei naar de neus waar het meest indrukwekkende stuk te vinden is. Zigzaggend op het randje van de berg daalde en steeg de trein. Tijdens de aanleg van de rails op dit stuk zijn er duizenden werkers overleden, zoveel dat men dacht dat het het werk van de duivel was. En als dan de berg ook nog eens op een neus lijkt die uit de grond komt en mensen hebben zelf de duivel op de top zien staan, dan bestaat toeval niet meer. Echter, andere oorzaken zoals landverschuivingen, grote explosies met dynamiet en het feit dat mensen letterlijk op het randje van de berg aan het werk waren kunnen ook meespelen.

Deze treinverbinding en de goede wegen zijn één van de weinig goede dingen die de huidige president brengt, vertelt een gids tijdens één van mijn hikes. Men is niet heel tevreden over de acties van de hem, maar een president die nog slechter zijn werk heeft gedaan, is Jamil Mahuad. Tijdens zijn presidentschap tussen 1998 en 2000 heerste er een grote economische crisis in Ecuador. Hij ontsloeg het gehele kabinet en dreigde hetzelfde te doen met de directie van de centrale bank als ze weigerde over te stappen op de dollar. Uiteindelijk pleegde het leger een coup, vluchtte Mahuad het land uit en werd professor aan de Harvard universiteit. In 2014 werd hij gezocht en veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf vanwege fraude in Ecuador. Maar…hij heeft wel de Nobelprijs voor de Vrede in de pocket vanwege het tekenen van het vredesverdrag met Peru. Dat dan weer wel.

In Cuenca, de laatste stad die ik bezocht in Ecuador, zocht ik de Amerikaanse familie op die ik tijdens de Galapagos cruise heb ontmoet. Zij zijn voor een jaar naar Cuenca verhuisd, waar de twee meiden van dertien en veertien jaar naar een Ecuadoraanse high school gaan en de ouders Engelse les geven aan een universiteit. Ik begreep direct hoe zij het een jaar kunnen uithouden in deze gemoedelijke stad die bruist van cultuur. In de stad zijn er Inca ruïnes te vinden en met bezoekjes aan de vele musea, het theater en de 52 kerken heb ik me niet verveeld. Ook in de omgeving heb ik me kunnen vermaken door in de modder te spelen in het nabij gelegen natuurpark El Cajas en in de spa. Cuenca is een plek waar locals je al snel herkennen en iedereen je amigo/amiga is en waar je ’s avonds over straat kan slenteren zoals ik deed na vele gezellige avondjes bij de familie.

Ik vind het erg bijzonder om te merken hoe ik me thuis voelde in een land dat op ieder vlak zo verschillend is vergeleken met Nederland en waar ik mensen van elke uithoek van de wereld om me heen had, waarmee ik bevriend ben geworden. Het was lastig om deze nieuwe vrienden en Ecuador gedag te zeggen, maar met hele mooie herinneringen in mijn achterhoofd reis ik door naar land nummer zeven, Peru, waar ik samen met mijn ouders ga backpacken!

Go big or go grande

Na zes maanden Midden-Amerika vlieg ik halverwege mei van Nicaragua naar Houston. Geen betere plek dan de grootste stad van Texas voor mijn allereerste kennismaking met de Verenigde Staten. Mijn beeld van de VS is voornamelijk gevormd door het kijken naar slechte MTV series als 16&Pregnant en Jersey Shore, de uitzinnige weggeef-shows van Oprah en Frank Underwood in House of Cards. Eerlijk is eerlijk, mijn vooroordelen zijn groot. Ik verwacht groot, wapens, fast food en overdreven beleefde mensen.

Vooroordelen zijn iets geks. Aan de ene kant is het fijn om ongenuanceerd iets te roepen over te dikke Amerikanen of ‘de VS’. Aan de andere kant is het misschien nog wel leuker om al reizend deze eendimensionale opvattingen over een land met 321 miljoen inwoners te ontmantelen. Alsof er geen verschillen bestaan tussen de 508 miljoen inwoners in de 28 lidstaten van de Europese Unie. Ons plan is om in ongeveer drie weken op de motor van Texas langs de oostkust naar New Hampshire te rijden, waar de ouders van Ross wonen. Een afstand van zo’n 6000 kilometer en garantie voor houten billen.
IMG_8597

In Texas worden mijn vooroordelen nog niet onkracht. Alles is groot in Texas. De snelwegen zijn eindeloos met enorme billboards aan beide kanten. Reclame voor fastfoodketens (go big or go grande), voor advocaten die alles en iedereen aanklagen en voor ‘toys for boys’ oftewel wapens. Consumeren lijkt hier een doel op zich. Overal zijn winkels en restaurants. De consument wordt het zo makkelijk mogelijk gemaakt, zelfs de pinautomaat is een drive-through zodat je de auto niet hoeft te verlaten. In de supermarkt is het makkelijk verdwalen. Navigeren is daarentegen vrij gemakkelijk want alle steden zijn ontworpen voor auto’s.

Na Texas gaan we door naar New Orleans, een compleet andere plek. Het is een ontspannen stad met geschiedenis en een uniek karakter. New Orleans werd in 1718 gesticht door een Franse regent en werd daarna tientallen jaren overheerst door de Spanjaarden. Dit zie je niet alleen terug in de koloniale architectuur, de bars en jazzclubs maar ook in de gemixte bevolking die Engels, Frans en Creools spreekt. In het weekend dat wij in New Orleans zijn, vindt het Bayou Boogaloo festival plaats. Een gratis muziekfestival aan de bayou met veel jazz en blues en een sfeer als Koningsdag. Feels like home.

 

De essentie van het motorrijden is, zo heb ik me laten vertellen, het rijden van bochten. Bochten maken het motorrijden leuk. De eerste week rijden we vooral door vlak boerenlandschap, maar na New Orleans gaan we dwars door de Great Smoky Mountains naar de Blue Ridge Parkway. De Parkway start in de Great Smoky Mountains op de grens tussen North Carolina en Tennessee en eindigt 755 kilometer later in Virginia. De Parkway kronkelt zich een weg door de bergen en de uitzichten zijn schitterend. Na iedere bocht verandert het uitzicht en hoe hoger we komen hoe groter de zee van groen onder ons. Met in de verte de blauwe bergketens van de Appalachen.

We verruilen de schilderachtige natuur voor wat serieuze Amerikaanse cultuur in Washington DC en Baltimore. In Washington bezoeken we een aantal musea (die allemaal gratis zijn!), zwaaien we naar Obama in het Witte Huis en hebben we een leuk gesprek met een man met elektronische enkelband in de Getto waar ons Airbnb adres is. In Baltimore zie ik mijn eerste honkbalwedstrijd – de Baltimore Orioles tegen de Boston Red Sox. Alle fans zitten door elkaar, geen spreekkoren of vuurwerk op het veld en geen rellen na afloop. Zo kan het dus ook. We zien live honky tonk muziek in Nashville, rijden dwars door Amish land, bezoeken de Niagara Falls en na drie weken komen we eindelijk aan in New Hampshire.

Rondreizen in Amerika is divers en veel mooier dan ik dacht. Mooie natuurgebieden, progressieve (en minder progressieve) steden, bergen, meren en een grote verscheidenheid aan mensen. Wat de meeste mensen wel met elkaar gemeen hebben, is dat ze ontzettend aardig zijn. Niet overdreven, wel een stuk beleefder dan de meeste Nederlanders. Mijn (onjuiste) vooroordelen zijn verdwenen.

 

Groots Galapagos

Charles Darwin, wie kent hem niet. De man die in 1831 met de H.M.S. Beagle meeging op onderzoeksreis, in 1835 aankwam bij de Galapagos Eilanden, in vijf weken tijd allerlei informatie verzamelde over de natuur en dieren, dit terug mee nam naar Engeland en uiteindelijk in 1859 het beroemde boek over de evolutietheorie uitbracht. Hij schrijft dat organismen die zich beter kunnen aanpassen aan de omgeving een grotere overlevingskans hebben dan wanneer dit niet lukt. De volgende generaties veranderen beetje bij beetje want de karakteristieken die niet bijdragen aan het overleven verdwijnen. 

Maar Darwin was niet de eerste die over de Galapagos schreef. Het was bisschop Tomás de Berlanga die in 1535 in een brief aan de koning van Spanje schreef: “… once ashore, nothing more was found but sea lions and turtles and tortoises so large that each could carry a man on top of itself, and many iguanas that are like serpents. On a second island, there were the same conditions as on the first: many sea lions, turtles, iguanas, tortoises, many birds like those from Spain, but so silly that the didn’t know how to flee and many were caught by hand.” Deze silly vogel, de cormorán, leeft in Spanje en kan met zijn sterke grote vleugels verre afstanden vliegen om aan eten te komen. De bisschop komt er achter dat hij op de Galapagos Eilanden te vinden maar dan met een zielig paar vleugels. Vanwege voldoende voedsel op het land en weinig vijanden hoeft de vogel niet te kunnen vliegen. Een mooi voorbeeld van Darwins theorie.

Sinds miljoenen jaren geleden is er rondom en op de Galapagos Eilanden een uniek, wonderschoon en divers landschap ontwikkeld. Variërend van 0 tot 650 meter hoogte, van strand en moeras tot vulkanen en opgedroogde lava (dit ziet er een beetje uit als de bovenkant van een afgekoelde brownie). In deze omgeving kunnen dieren van alle soorten en maten leven die ik nog nooit eerder heb gezien. Enorme schildpadden, vogeltjes zo geel als de zon of met voetjes zo blauw als de lucht, leguanen waar je u tegen zegt, grote (toch wel enge) haaien en hordes zeeleeuwen, slangen, blije dolfijnen, vliegende roggen van drie meter doorsnee…

Op 22 mei 2016 was het mijn beurt om aan wal te stappen en deze en nog veel meer dieren van dichtbij kunnen zien tijdens een zes daagse cruise langs de eilanden Isabela, Fernandina, Santiago, Rábida en Daphne op de zeilboot ‘Encantada’. En omdat ik zes dagen niet lang genoeg vond, heb ik er een paar dagen aan vastgeplakt zodat ik ook nog een dagtrip naar isla San Cristóbal kon maken. Dit keer geen lang verhaal want ik kan nauwelijks in woorden uitdrukken hoe speciaal de dagen waren op de zeilboot met de elf andere reizigers door dit stukje van de wereld waar de circle of life van dichtbij te voelen is. Vandaar een selectie uit de vele foto’s die ik gemaakt heb, al doen deze minder eer aan de schoonheid van de bijzondere Galapagos Eilanden. Dus, als je de mogelijkheid hebt om het met eigen ogen te zien en de sfeer te ervaren, stap dan vandaag nog in het vliegtuig! Het is – echt waar – meer dan fantastisch!